Als je, zoals ik, bent geboren in de jaren 70, dan ben je geboren in het beste tijdstip voor een muziek-liefhebber. Ze zeggen dat je je eigen muzieksmaak ontwikkelt rond je 14e levensjaar, de ene wat eerder dan de andere uiteraard. Op die leeftijd ga je zelf je keuze's maken, vastleggen en bepalen wat jouw stijl wordt. Tot die tijd lift je mee op de muzieksmaak van je directe omgeving, een mix van wat op de TV voorbij komt, je opvoeders en de radio. De muziek in deze pre-keuze accepteer je, neem je mee en zul je evengoed nooit vergeten.
In wat voor mij de pre-jaren waren, van midden 70 tot midden 80, waren er op tv niet veel muziekprogramma's, we hadden maar twee tv-zenders in Nederland. Maar er waren wel muziekprogramma's, namelijk Chiel Montange met zijn grote snor met 'Op losse Groeven' wat later 'Op volle Toeren' werd. Daarnaast was er Top-Pop, gepresenteerd door Ad Visser. Maar aangezien mijn ouders niet van dit soort programma's hielden, stonden deze zelden aan. Er stond voornamelijk veel voetbal op, duitse Krimi's en "Aktenzeichen XY... ungelöst". Hierdoor ben ik in mijn jeugd bespaard gebleven van het Nederlandse levenslied', Schlagers, smartlappen en andere soorten feestmuziek.
Op de radio waren meestal discussie programma's te horen, sportverslagen of opinie. 's Ochtends op school, 's middags thuis en dan was er geen horizontale programmering zoals tegenwoordig maar op dinsdag zat radio Veronica op Hilversum 2, en de VPRO zat daar dan weer op woensdag. Het enige constante was de AvondSpits, gepresenteerd door Frits Spits, maar zes uur was tijd om te avondeten. Was je nog buiten aan het spelen met de andere kinderen van de straat, dan werd er altijd wel een naar binnen geroepen door een moeder, waarna het veld leeg liep.
Mijn muziek-smaak begon zich te ontwikkelen op het moment dat ik zelf kon beschikken over wat ik wilde horen, kon horen. Ergens op een rommelmarkt kon ik een tweedehands radio kopen, draagbaar maar met een stroomaansluiting, een cassetterecorder erin en ik kon mijn eigen zenders kiezen op mijn kamer. Studeren op mijn kamer en de radio ging aan. Het laatste stukje van de Avondspits, dan, afhankelijk van de dag een andere zender opzetten, Jacques Plafond van de VPRO bijvoorbeeld. Of bandjes afspelen, opgenomen van de Top 40 op vrijdag, of de Top 100 op donderdag. Maar welk nummer stond op welke plek. De roemruchte blaadjes met de hitlijsten waren er wel, maar ik woonde in een dorp, niet in een stad. In het dorp hadden een bakker, slager, drogisterij, een buurtsuper met woninginrichting en dan was er nog een fotograaf. Op en neer fietsen naar de stad, dat deed je niet zomaar. Maar als ik er was, dan haalde ik zeker dat blaadje. Gokken of dat ene nummer nu wel of niet op plaats 14 stond, twee weken eerder was het 18, dan was de kans dat het onder de 10 stond wel laag, verdomme, het was nu op plek 30 en die was deze keer niet gedraaid.
Ik zag maar een oplossing, een dubbel-cassettedeck . Dan kon ik het hele programma opnemen en dan via 'dubbing' alleen de liedjes overhouden welke ik wilde hebben. Mijn oog viel op de Sharp WQ T222H-BK, een draagbare radio met een dubbel-slot cassettespeler. Ik kon nu zelf opnemen en mijn eigen mix-tapes maken. vanaf dat moment kon ik mijn eigen muzieksmaak pas echt gaan samenstellen. Midden jaren 80 begon mijn persoonlijke smaak zich te ontwikkelen.
David Bowie.
Voor mij is David Bowie een absolute held. In de jaren tachtig waren er hits als China Girl, Let's Dance, Blue Jeans en natuurlijk This is not America. Toen we met ons gezin op vakantie waren in wat toen nog Joegoslavie was, in Istrië, had ik in mijn vakantie-literatuur een 'Super-Kuifje'. Een semi-tijdschrift met een aantal complete strips erin en andere verhalen welke eerder waren verschenen in dat maandblad.
Hierin stond ook een verhaal over David Bowie, een overzicht van deze artiest, zijn bijna fatale metamorfose in het karakter Ziggy Stardust en andere wapenfeiten over hem in stripstijl. Overdag op de camping las ik de boeken die ik bij me had, de strips, las ik wat ik van andere leende, of ik was in de zee aan het zwemmen. 's Avonds gingen we met de auto vaak naar het plaatsje Porec om te eten bij een van de vele restaurantjes. Er waren daar ook veel artiesten die je portret kon schilderen, tekenen of je silhouet kon knippen, uiteraard ook vanaf gewoon een foto. Daar was ook iemand die het portret van Ziggy Stardust had geschilderd als voorbeeld van zijn kunne, de kenmerkende make-up uiteraard, een feest van herkenning.
Maar in de jaren tachtig had je niet zoals tegenwoordig onbeperkte toegang tot de muziek van jouw favoriete artiest. Je had de LP's van je ouders, de radio met de programering en op televisie waren er af en toe clips van nieuwe nummers te zien. Absolute Beginners maakte een enorme indruk op mij. Gefilmd in zwart-wit en dan liep die mooie vrouw voorbij in haar zebra-achtige pakje en wat zij aanraakte ging over in kleur. Uiteraard werd de clip afgewisseld met beelden van de film. Of een jaar eerder, This is not America, een film over de koude oorlog, maar ik herinner me vooral de vogel in de clip.
David Bowie bleef gelukkig goed plakken in mijn geheugen. Jaren later verscheen in 1993 het dubbelalbum "David Bowie - The Singles". Het duurde niet lang en ik besloot deze te kopen, eindelijk kon ik ook zijn oudere nummers luisteren wanneer ik maar wilde.
Mijn absolute David Bowie favoriet is "Life on Mars".